Alejandra & Jurgen
Wij zijn Jurgen en Alejandra. We begonnen Vemorina na een gesprek dat ons niet meer losliet.
Lees ons verhaal→block feeding
Het is drie uur 's nachts en je wordt wakker in een natte plek. Je shirt plakt, je arm is nat en het laken onder je is doorweekt. Overdag hapt je baby aan en binnen een paar tellen komt hij er kuchend en proestend weer af, met melk die uit zijn mondje loopt en over zijn wangen spuit. De ene borst kan zo hard toeschieten dat de melk letterlijk in een straaltje wegspuit, soms tot naast de baby. En zijn luiers zijn groen, schuimig en explosief, gevolgd door krampjes en huilbuien.
En dan denk je: er is iets mis. Ik doe iets fout. Misschien krijgt hij wel te weinig, want hij komt steeds boos van de borst. Dus grijp je naar de kolf, om wat voorraad op te bouwen of om je bomvolle borsten te verlichten. En precies daar zit de valkuil.
Kort antwoord: heel waarschijnlijk maak je niet te weinig, maar juist te veel. Dit heet overproductie (oversupply) en vaak gaat het samen met een sterke toeschietreflex, waarbij je melk hard en snel loskomt. Je lichaam is niet stuk. Het is overvloed die verkeerd begrepen wordt. En de kolf, die je erbij pakt om het op te lossen, is meestal precies wat het erger maakt. Hieronder lees je waarom dat zo is, hoe je overproductie herkent, wat wél helpt om je productie te laten kalmeren en de duidelijke grens waarbij je toch een arts of lactatiekundige belt.
Het zijn twee dingen die vaak samen opduiken, maar niet hetzelfde zijn. Het helpt om ze uit elkaar te halen.
Overproductie (oversupply of hyperlactatie) betekent dat je borsten meer melk maken dan je baby nodig heeft. Je borsten lopen snel vol, blijven zwaar aanvoelen na een voeding en je lekt of spuit veel, ook tussen voedingen door.
Een sterke toeschietreflex (ook wel actieve of overactieve toeschietreflex) gaat over de krácht en snelheid waarmee je melk loskomt. De toeschietreflex is de reflex die je melk laat stromen zodra je baby begint te drinken. Bij een sterke variant komt die melk er zo snel en met zoveel druk uit dat je baby het bijna niet kan bijbenen. Vandaar het verslikken, het kuchen en het loslaten van de borst.
Ze komen vaak samen voor: veel melk plus een krachtige toeschiet. Maar je kunt ook een heftige toeschietreflex hebben zonder echte overproductie. Voor wat je eraan doet, maakt dat weinig uit, de aanpak overlapt grotendeels.

Dit is de vraag waar de meeste moeders op vastlopen. Het eerlijke antwoord: in de eerste weken is een royale productie en een pittige toeschietreflex heel normaal en meestal geen probleem dat je moet oplossen.
Je lichaam weet in het begin nog niet hoeveel melk jouw baby precies vraagt, dus maakt het ruim aan. De eerste vier tot zes weken is je productie nog aan het kalibreren. Bij veel vrouwen zakt de overvloed daarna vanzelf, doordat je lichaam zich instelt op wat je baby echt drinkt. Vaak is het rond de leeftijd van zes tot twaalf weken een stuk rustiger. La Leche League en borstvoedingsdeskundigen beschrijven dit als een normale fase van instellen, geen defect.
Dat is meteen de belangrijkste reden om niet te vroeg hard in te grijpen: grijp je in de eerste weken meteen naar zware maatregelen om je productie omlaag te krijgen, dan loop je het risico dat je te veel afremt en straks juist te weinig hebt. In het begin is geduld vaak het beste medicijn.
Wanneer is het dan wél iets om aan te pakken? Als de klachten aanhouden of je dagelijks leven flink verstoren: je baby die zich bij elke voeding verslikt en boos wordt, groene explosieve luiers met krampjes, terugkerende verstopte melkkanalen of borstontstekingen, of jij die steeds doorweekt raakt en er ongelukkig van wordt. Dan is het tijd voor de aanpak hieronder, het liefst met een lactatiekundige die met je meekijkt.
Dit is de kern van het hele verhaal en het is precies wat bijna niemand moeders op tijd vertelt.
Je melkproductie werkt op vraag en aanbod. Hoe vaker en hoe leger een borst wordt gedronken of gekolfd, hoe meer signaal je lichaam krijgt om bij te maken. Andersom: blijft er wat melk in de borst zitten, dan leest je lichaam dat als "we hebben genoeg" en draait het de productie langzaam terug. Dit is een ingebouwd regelsysteem in de borst zelf, bevestigd door La Leche League en de Nederlandse borstvoedingsvoorlichting.
Zie je waar dit heen gaat? Als je kolft omdat je borsten pijnlijk vol zijn, of omdat je een voorraadje wilt opbouwen, of uit angst voor te weinig melk, dan geef je je lichaam elke keer opnieuw de bestelling: máák meer. Je verlicht de druk even, maar een paar uur later zit je borst weer bomvol en lek je nog harder. Zo hou je de overproductie niet alleen in stand, je jaagt hem verder aan.
Moeders die dit doorhebben, zeggen het kaal: ik probeer helemaal niet te kolven, want daar wordt de overproductie alleen maar erger van. En andersom klopt het net zo goed: wie in het begin extra kolfde voor een voorraad, hield daar vaak precies die enorme productie aan over. Het verband tussen kolven en méér melk is echt, alleen zie je het zelf vaak niet, omdat het effect pas uren of dagen later komt.

Overproductie herken je aan een combinatie van dingen, niet aan één los signaal. Vaak zie je meerdere hiervan tegelijk.
Bij je baby:
Bij jezelf:
Merk je vooral dat huilerige, krampende kant met de groene luiers? Dan is de voormelk-achtermelk-onbalans vaak de boosdoener en juist daar helpt de aanpak hieronder goed tegen.
Het goede nieuws: je hoeft niet te lijden tot het vanzelf overgaat. Een paar dingen helpen echt en ze draaien allemaal om hetzelfde principe: mínder stimuleren, zodat je lichaam de productie terugdraait.

Net zo belangrijk als weten wat helpt: weten wat de overproductie voedt.
De meeste overproductie is vervelend maar onschuldig en gaat met tijd en de aanpak hierboven vanzelf de goede kant op. Toch is er een grens waarbij je niet zelf blijft aanmodderen, maar hulp inschakelt.
Neem contact op met een lactatiekundige of je huisarts (in Nederland kan je verloskundige je in de kraamperiode ook verder helpen, in België je vroedvrouw) als je één of meer van deze signalen hebt:
Waarom voor sommige punten een arts en niet het consultatiebureau of Kind en Gezin? Die zijn goud waard voor begeleiding bij het voeden, maar het is geen medische beoordeling. Gewichtsverlies, uitdroging of een borstontsteking horen bij een arts. Een lactatiekundige is dan weer dé persoon voor het fijn afstellen van je productie. In Nederland bel je voor het medische deel je huisarts of buiten kantooruren de huisartsenpost, in België je huisarts.
Hier zit het lastige: zelfs als je alles goed doet, duurt het vaak weken voor je productie echt rustiger wordt. En in die tussentijd blijft het echte dagelijkse ongemak gewoon bestaan, namelijk het onvoorspelbare lekken en spuiten. Doorweekte shirts, natte lakens en een compres dat verschuift precies op het verkeerde moment.
Een los zoogcompres lost dat maar half op, zeker bij overproductie: het volume is soms te veel voor een compres en hij glijdt weg zodra je beweegt of draait in bed. Daarom bouwden we onze voedingsbh met de opvang ingebouwd in de cup zelf. Vier lagen, elk met één taak: een laag die vocht van je huid wegvoert, een kern die tot wel 30 ml per cup opvangt (tot wel 60 ml voor de hele bh), een barrière die je shirt beschermt en een zachte buitenlaag. Beugelloos, met een clip die met één hand opent en gebreid van een OEKO-TEX Class I gecertificeerde stof (certificaatnummer 11-36224), de strengste categorie voor textiel dat tegen de huid van een baby komt.
Belangrijk: die bh laat je niet mínder maken en lost je overproductie niet op. Dat doen de aanpak hierboven en de tijd. Maar hij vangt op wat er ondertussen tóch uit komt, zonder een compres dat wegglijdt. Voor de gewone lek- en spuitdagen: bekijk de voedingsbh. Twijfel je over je maat nu je cup nog schommelt, lees dan eerst Voedingsbh meten en de juiste pasvorm vinden. En voor de nachten dat je doorweekt wakker wordt, vind je de praktische tips in Nachtelijk lekken: wat draag je in bed zonder doorlekken?.
Bij overproductie komt een baby vaak boos of verslikkend van de borst omdat de melk té hard stroomt, niet omdat er te weinig is. Kijk naar het geheel: veel natte luiers, goede gewichtstoename en volle, lekkende borsten wijzen op te veel, niet te weinig. Twijfel je of ga je afvallen bij je baby zien, overleg dan met een lactatiekundige.
Standaard leegkolven maakt het bijna altijd erger. Je melkproductie werkt op vraag en aanbod: elke keer dat je de borst leegt, geef je het signaal om méér te maken. Kolf daarom zo min mogelijk. En als het echt moet vanwege de druk, dan net genoeg om comfortabel te zijn, niet leeg. Zo laat je je productie langzaam kalmeren.
Groene, schuimige en explosieve luiers met veel krampjes horen vaak bij overproductie. Je baby krijgt dan veel dunne voormelk binnen en minder vette achtermelk, een onbalans die de darmpjes overbelast. Vaker aan één borst per voeding drinken (blokvoeden, liefst met begeleiding) helpt dit meestal. Bloed in de luier of een ziek, suf kindje hoort altijd bij de arts.
De eerste vier tot zes weken maakt je lichaam vaak royaal melk, terwijl je productie zich instelt. Bij veel vrouwen wordt het rond zes tot twaalf weken merkbaar rustiger, doordat je lichaam zich aanpast aan wat je baby echt drinkt. Grijp daarom niet te vroeg hard in, want te fanatiek afremmen kan je juist te weinig melk bezorgen.
Een zachte, goed passende bh zonder beugel mag prima in bed en kan het nachtelijke lekken opvangen. Vermijd een strakke of knellende bh, want compressie op een volle borst kan een melkkanaal dichtdrukken en klachten uitlokken. Kies dus steun die niet knelt. Meer over slapen en lekken lees je in het artikel over nachtelijk lekken.
Lekken en een sterke toeschietreflex horen bij hetzelfde plaatje. Lees voor het volledige overzicht onze gids over lekken en droog blijven.