Ovulatie berekenen: zo werkt het
Je eisprong valt gemiddeld 14 dagen vóór je volgende menstruatie. De ovulatiecalculator telt daarom eerst je cycluslengte op bij de eerste dag van je laatste menstruatie, want dat geeft de verwachte start van je volgende cyclus. Veertien dagen daarvoor zit je verwachte eisprong. Je vruchtbare dagen zijn de vijf dagen ervoor plus de dag zelf: samen zes dagen per cyclus waarin je zwanger kunt worden.
Bij een cyclus van 28 dagen valt de eisprong dus rond dag 14. Bij een cyclus van 32 dagen rond dag 18. Daarom vraagt de calculator naar je gemiddelde cycluslengte: die bepaalt je uitkomst meer dan veel mensen denken.
Wanneer ben je vruchtbaar?
Je vruchtbare periode valt in de dagen vóór en op je eisprong. Zaadcellen overleven namelijk tot een paar dagen in je lichaam, terwijl een eicel na de eisprong maar ongeveer een dag bevruchtbaar is. Vrijen vóór de eisprong geeft daardoor net zoveel kans als op de dag zelf. Wil je zwanger worden? Dan zijn de twee tot drie dagen vóór je eisprong samen met de dag zelf je beste moment.
Eisprong berekenen bij een onregelmatige cyclus
Wisselt je cycluslengte sterk, of is hij korter dan 21 of langer dan 35 dagen? Dan is een kalenderberekening niet betrouwbaar genoeg om op te plannen. Je eisprong verschuift dan mee met elke cyclus. Wat dan het best werkt: vrijen om de 2 à 3 dagen door je hele cyclus, of een ovulatietest gebruiken. Die meet het hormoon dat vlak voor je eisprong piekt en is daarmee preciezer dan elke berekening.
Symptomen van je eisprong
Veel vrouwen merken hun eisprong aan hun lichaam: helder en rekbaar slijmverlies (het lijkt op rauw eiwit), een lichte stekende pijn links of rechts onderin de buik, gevoelige borsten of iets meer zin in vrijen. Je basale lichaamstemperatuur stijgt licht ná de eisprong. Deze signalen verschillen per vrouw en per cyclus. Zie ze als extra aanwijzing naast de berekening.