Alejandra & Jurgen
Wij zijn Jurgen en Alejandra. We begonnen Vemorina na een gesprek dat ons niet meer losliet.
Lees ons verhaal→breastfeeding
Je bent twee, misschien drie dagen na de bevalling. Je legt je baby aan, je knijpt zachtjes in je borst en er komt hooguit een dikke gele druppel. Je borsten voelen zacht en leeg aan, alsof er niets in zit. En je baby lijkt maar niet tevreden: die zoekt, huilt en wil telkens weer aan de borst. Iedereen had gezegd dat de melk vanzelf zou komen. Nu sta je daar om drie uur 's nachts en denkt: er komt bijna niets, mijn kind heeft honger en ik maak gewoon te weinig.
Bijna elke moeder maakt in die eerste dagen een versie van deze paniek mee en bijna niemand zegt het hardop. Dus laten we het meteen rechtzetten. Wat je nu maakt heet colostrum. Dat komt in piepkleine hoeveelheden en dat is precies genoeg, want de maag van je pasgeborene is net zo piepklein. De rijpe, overvloedige melk schiet pas een paar dagen later in. En het belangrijkste van dit hele stuk: je meet je melkproductie waarschijnlijk af aan de verkeerde dingen. Hoe vol je borst voelt, hoeveel je kunt kolven, hoe vaak je baby wil drinken: alle drie voelen ze als bewijs van te weinig en alle drie zijn ze in deze fase juist normaal en onbetrouwbaar.
Dit artikel geeft je wat de meeste sites overslaan. Niet nog een keer een geruststellend zinnetje, maar de betrouwbare meetlat: waar je wél aan afleest of het goed gaat (de luier, het gewicht, een tevreden baby na de voeding), tegenover de tekenen die je nu leert negeren. En omdat traag op gang komen soms wél echt is, krijg je een harde rode-vlaggen-lijst: precies wanneer je in die eerste dagen een lactatiekundige, verloskundige of arts belt.

Kort antwoord: de eerste dagen maak je colostrum en dat komt in druppels tot theelepels, niet in scheuten. Dat is normaal en genoeg, want de maag van je baby is de eerste dag ongeveer zo groot als een knikker. De rijpe melk schiet meestal ergens tussen dag 2 en dag 5 in en tot die tijd voelt je borst nog zacht. Of je genoeg maakt lees je niet af aan je borstgevoel of aan wat je kunt kolven, maar aan de luier: vanaf dag 4 tot 5 minstens ongeveer 6 natte luiers en enkele gele poepjes per dag, samen met een baby die na de voeding tevreden loslaat en gewicht dat na een eerste daling weer klimt. Zoek wél hulp als je baby richting 10 procent van het geboortegewicht afvalt, te slaperig is om wakker te worden voor voedingen, geel wordt of als je melk na ongeveer vijf dagen nog niet is ingeschoten.
Het misverstand zit in wat je verwacht te zien. Je denkt aan melk zoals in een flesje: wit en in ruime hoeveelheid. Maar de eerste dagen maakt je lichaam nog geen rijpe melk. Het maakt colostrum: een dikke, vaak gelige of doorschijnende vloeistof die in heel kleine hoeveelheden komt. We praten over druppels tot een paar theelepels per voeding, niet over milliliters die je ziet spuiten. Colostrum is ook vaak onzichtbaar: je baby drinkt het rechtstreeks weg zonder dat jij iets ziet lopen. Precies daardoor gelooft zoveel moeders dat hun baby helemaal niets binnenkreeg, terwijl er wel degelijk iets in ging.
En dat kleine beetje is geen tekort. Het past bij de maag van je pasgeborene en die is verrassend klein. De eerste dag is die volgens de gangbare voorlichting van onder meer La Leche League ongeveer zo groot als een knikker, met een inhoud van zo'n vijf tot zeven milliliter. Rond dag drie groeit hij naar het formaat van een walnoot en pas na een week ongeveer naar een abrikoos. Een pasgeboren maagje zit dus bijna net zo snel weer leeg als het vol was. Dat verklaart meteen waarom je baby zo vaak wil drinken: niet omdat er te weinig is, maar omdat er telkens maar een klein beetje in past.

De overvloed komt later dan de meeste vrouwen denken. Meestal schiet de rijpe melk ergens tussen dag 2 en dag 5 in, bij veel moeders rond dag drie of vier. Je merkt het aan borsten die ineens voller, warmer en soms wat gespannen aanvoelen en je kunt in die dagen wat stuwing krijgen. Tot dat moment blijft je borst zacht en dat is geen teken dat er niets in zit. Zolang je baby regelmatig aanlegt en drinkt, is een zachte borst in de eerste dagen precies wat je mag verwachten.
Duurt het bij jou wat langer, tot dag vier of vijf, dan hoeft dat op zichzelf nog niet mis te zijn, zeker niet na een keizersnede, een zware bevalling of veel bloedverlies, want dat kan het inschieten iets vertragen. Wat de melk vooruithelpt is simpel en het tegenovergestelde van rusten: vaak aanleggen. Hoe vaker je baby aan de borst drinkt, hoe sneller en ruimer je productie op gang komt. Blijft je melk na ongeveer vijf dagen echt uit, dan hoort dat wel nagekeken te worden en verderop lees je precies wanneer.
Hier zit de kern van bijna elke slapeloze paniek in die eerste week. Het probleem is meestal niet dat je niet weet hoe borstvoeding werkt. Het is dat je supply afleest aan de drie dingen die in deze fase juist niets zeggen. Herken je ze?
Tegenover die drie onbetrouwbare tekens staan de betrouwbare. Die kun je wél gebruiken om jezelf gerust te stellen of om aan de bel te trekken: de luiers (natte plassen en poepjes per dag), het gewichtsverloop dat je verloskundige of kraamverzorgende bijhoudt en hoe je baby zich ná de voeding gedraagt. Een baby die na de voeding tevreden loslaat, ontspant en soezerig wordt en die je tijdens het drinken hoort slikken, krijgt binnen. Draai je aandacht dus weg van je borst en je kolf, richting de luier en de weegschaal.

De luier is je beste graadmeter in de eerste week en het mooie is dat je hem elke keer voor je hebt. Hij vertelt je of er genoeg ingaat, want wat er binnenkomt komt er ook weer uit. Een ruwe vuistregel die het Voedingscentrum en Kind en Gezin aanhouden:
Zie je die natte luiers en de gele poepjes op schema, dan is er hoogstwaarschijnlijk niets aan de hand, hoe leeg je borst ook voelt. Wil je naast de luier nog meer houvast over of je baby genoeg drinkt, dan loop je die tekenen na in de tekenen dat je baby genoeg drinkt.

Rond dag twee tot vijf krijgen heel veel moeders het gevoel dat ze niets anders doen dan voeden. Je baby drinkt, valt in slaap, wordt na tien minuten wakker en wil weer. Sommige moeders voeden een halve nacht bijna aan één stuk door. Het voelt als het bewijs dat er te weinig is, maar het is juist het tegenovergestelde: dit constante drinken is precies het signaal dat je borsten nodig hebben om de rijpe melk te laten inschieten. Vraag en aanbod, letterlijk. Hoe meer je baby in deze dagen drinkt, hoe sneller en ruimer je productie op gang komt. Het is zwaar en het is normaal en het gaat vanzelf liggen zodra de melk goed loopt.
Lukt het aanleggen zelf nog niet en duurt elke voeding een eeuwigheid, dan zit je in de fase waarin bijna iedereen worstelt. Kijk dan of de hap dieper kan, want een goede aanlegging maakt het voor jou en je baby een stuk lichter. In zo ziet een goede diepe latch eruit zie je stap voor stap hoe dat werkt. En doet het voeden pijn of komen je tepels beschadigd terug, loop dan pijnvrij voeden en wat je als eerste checkt na, want pijn hoort er niet standaard bij.
En dan het eerlijke deel, want geruststelling zonder grenzen zou je in de steek laten. Meestal is een zachte borst en een klein beetje colostrum volkomen normaal. Maar soms is een trage start wél echt en dan telt elke dag. Neem in de eerste week contact op met je verloskundige, kraamverzorgende, huisarts of een lactatiekundige bij een of meer van deze tekenen:
Een enkel los tekentje betekent niet meteen ramp, maar wacht niet tot het erg genoeg voelt. In de kraamweek heb je sowieso zorg om je heen die meekijkt, dus gebruik dat. Praktisch, waar moet je zijn. In Nederland bel je je verloskundige of kraamverzorgende in de kraamweek, daarna je huisarts of het consultatiebureau. Een lactatiekundige (IBCLC) is goud waard om het voeden samen door te nemen. In België bel je je vroedvrouw of huisarts en kan Kind en Gezin je begeleiden. Krijg je zelf koorts met een rode, warme, pijnlijke plek in je borst en een grieperig gevoel, dan past dat bij een borstontsteking en bel je meteen je arts. Twijfel je of het een telefoontje waard is? Dat is het. Er bestaat in deze dagen geen vraag die te klein is.
Soms adviseert je kraamverzorgende of arts om bij te voeden, bijvoorbeeld bij te veel gewichtsverlies of een te slaperige baby. Dat voelt vaak als falen en veel moeders zijn bang dat één flesje kunstvoeding de borstvoeding voorgoed onderuithaalt. Zo zwart-wit is het niet. Bijvoeden op medisch advies is geen eindstation en het betekent niet dat je het niet kunt. Je kunt in de meeste gevallen blijven aanleggen en kolven om je productie op te bouwen, zodat je stap voor stap weer naar volledig borstvoeden toe werkt. Bij sommige moeders duurt dat opbouwen weken en lukt het daarna alsnog volledig. Doe dit niet op eigen houtje: laat een lactatiekundige of je verloskundige een plan met je maken, zodat het bijvoeden je productie ondersteunt in plaats van afremt. Bouwt je melk ondanks vaak voeden echt niet op, dan lees je in wat je doet bij weinig melk of een trage toeschietreflex wat er nog meer kan spelen en helpen.
Zodra je melk goed op gang komt, ergens rond dag drie tot vijf, kantelt het beeld vaak in één keer. Waar je eerst bang was voor te weinig, kom je nu volle borsten tegen die tussen de voedingen door spontaan lekken, natte plekken op je shirt en 's nachts een doorweekt laken. Dat doorlekken hoort bij een productie die op stoom komt en het is de andere kant van dezelfde medaille. Hoe zich dat verder ontwikkelt en wat het lekken rustiger maakt, lees je in alles over lekken, de toeschietreflex en droog blijven.
Voor die dagen hebben we onze voedingsbh gemaakt. Hij is beugelloos en gebreid van een zachte, meegevende stof die je voller wordende borst op zijn plek houdt zonder ergens hard tegenaan te drukken, met een clip die met één hand opent zodat je ook midden in de nacht snel kunt aanleggen. Hij is gemaakt van een OEKO-TEX Class I gecertificeerde stof (certificaatnummer 11-36224), de strengste categorie voor textiel dat tegen de huid van een baby komt. En de absorberende laag vangt tot wel 30 ml per cup op, zodat je shirt droog blijft als je tussen de voedingen door lekt. Hij lost het op gang komen van je melk niet op, dat doen vaak aanleggen en waar nodig je lactatiekundige of arts, maar hij maakt de dagen erna een stuk droger en comfortabeler. Wil je eerst alles over aanleggen en voeden bij elkaar, ga dan naar het overzicht van aanleggen en voeden. En de bh zelf bekijk je hier: bekijk de voedingsbh.
Meestal niet. De eerste dagen maak je colostrum en dat komt in druppels tot theelepels in plaats van in scheuten en het laat zich amper kolven. Wat je knijpt of kolft zegt daarom bijna niets over wat je baby aan de borst binnenkrijgt. Kijk in plaats daarvan naar de luier: genoeg natte luiers en gele poepjes betekent dat er genoeg ingaat.
Bij de meeste moeders schiet de rijpe melk tussen dag 2 en dag 5 in, vaak rond dag drie of vier. Je merkt het aan borsten die voller, warmer en soms gespannen worden. Na een keizersnede of zware bevalling kan het iets later zijn. Vaak aanleggen helpt het inschieten. Is je melk na ongeveer vijf dagen nog niet gekomen, laat het dan nakijken.
Het loopt op met de dagen: dag 1 ongeveer 1 natte luier, dag 2 ongeveer 2, dag 3 ongeveer 3 en vanaf dag 4 tot 5 minstens ongeveer 6 goed natte luiers per dag, plus enkele gele poepjes. Minder dan 6 natte luiers per dag vanaf dag 4 tot 5 of donkere, geconcentreerde plas is een reden om je verloskundige, kraamverzorgende of arts te bellen.
Bijna nooit. Constant willen drinken in de eerste dagen hoort bij een klein maagje en het is juist het signaal dat je borsten nodig hebben om de melk te laten inschieten. Vaak voeden jaagt je productie aan. Kijk of je baby na de voeding tevreden loslaat en of de luiers op schema zijn. Zijn die goed, dan krijgt je baby binnen, hoe vaak die ook wil.
Nee. Bijvoeden op medisch advies, bijvoorbeeld bij te veel gewichtsverlies, is geen eindstation. Je kunt in de meeste gevallen blijven aanleggen en kolven om je productie op te bouwen en zo terugwerken naar volledig borstvoeden. Doe dit met een plan van een lactatiekundige of je verloskundige, zodat het bijvoeden je productie ondersteunt in plaats van afremt.